Protocol: Grensoverschrijdend gedrag

1 Inleiding 

De veiligheid van cliënten en medewerkers is een basisvoorwaarde om prettig te kunnen leven en te kunnen werken. Iedereen weet gevoelsmatig dat er grenzen zijn een dat die overschreden kunnen worden. De persoon wiens grenzen overschreden worden kan daar onder (gaan) lijden.  

Er zijn verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag. Er is daarbij telkens één overeenkomst: het gaat om een verschil in macht. Door het verschil in macht kan één van de twee geen of weinig weerstand bieden. Wanneer iemand bijvoorbeeld kadootjes of lieve woorden gebruikt, wordt iemand afhankelijk van een andere persoon gemakt. Soms worden er ook zwaardere vormen van dwang gebruikt, bijvoorbeeld emotionele of psychische druk, dreiging met geweld of chantage. 

Alle vormen van grensoverschrijdend gedrag zijn kwalijk en gevaarlijk als het gaat om mensen die kwetsbaar zijn. Dit protocol is bedoeld voor alle situaties waar medewerkers, cliënten en verwanten bij betrokken zijn. Het beschrijft wat je moet doen als er sprake is van grensoverschrijdend gedrag. 

 

2 De aandachtsgebieden 

Er zijn vier aandachtsgebieden van grensoverschrijdend gedrag: 

  1. Seksueel misbruik: Hieronder vallen ongewenste aanrakingen, onnodige ontkleding, de persoon zonder toestemming betrekken bij seksuele handelingen, aanrandingen en verkrachting. 
  2. Huiselijk geweld: Hieronder valt geweld door iemand uit de huiselijke kring of uit de familiekring van het slachtoffer. Dit bevat lichamelijke en seksuele geweldpleging, het aanvallen en bedreigen van het slachtoffer en kan samengaan met beschadiging van spullen in en om het huis (Zie ook de meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling van Atlashulp). 
  3. Kinder-/ouderenmishandeling: Kinder-/ouderenmishandeling is elke vorm van bedreiging of geweld bij iemand die minderjarig is of bij een oudere persoon. Dit geweld wordt actief of passief opgedrongen door ouders of andere personen waar het slachtoffer van afhankelijk is. Met dit geweld wordt ernstige schade toegebracht – of hier is dreiging van – aan de minderjarige of oudere, in de vorm van psychisch of lichamelijk letsel.  
  4. Andere grensoverschrijdende gedragingen: 
  • Verwaarlozen en onthouden van zorg: Bijvoorbeeld te weinig tijd nemen om te helpen met eten, reageren op roepen, slechte hygiëne, dreigen met weggaan. 
  • Fysiek of verbaal agressief gedrag: Hierbij gaat het om zaken als te hard vastpakken en schreeuwen, ruw wegduwen, slaan, schoppen, misbruik van medicatie en gebruik van banden zodat mensen niet kunnen opstaan of weglopen. 
  • Discriminatie: Ongelijke behandeling op basis van de beperking, afkomst, sekse, seksuele voorkeur of geloofsovertuiging.  
  • Financiële en materiële uitbuiting: Dit is het wegnemen of profiteren van bezittingen. Denk aan diefstal van geld en (waardevolle) spullen, verkoop of gebruik van eigendommen, gedwongen testamentverandering of het onterecht vragen van eigen bijdragen. 
  • Gebruik of het verhandelen van verdovende middelen tijdens het werk: denk aan het gebruik van alcohol en drugs. 
  • Psychologisch misbruik: Hieronder vallen pesten, treiteren, bang maken, uitschelden, onder druk zetten, overmatige controle uitoefenen, vernederen, krenken. Het kan hier ook gaan om een persoon die van zijn sociale netwerk geïsoleerd wordt. 
  • Schending van menselijke en burgerlijke rechten: Iemand geen zeggenschap geven, beslissingen nemen zonder overleg met de persoon of zijn vertegenwoordigers, aantasting of inperking van het recht op vrijheid, privacy en zelfbeschikking. Bijvoorbeeld door post achter te houden of de persoon te verhinderen om familie te bezoeken. 
  • Vrijheidsbeperkende middelen/maatregelen ongeoorloofd toepassen: dit zijn maatregelen die door de medewerker worden ingezet maar die niet staan beschreven in het zorgplan. Uitzondering: De noodmaatregel bij gedrag waarbij de cliënt een gevaar is voor zichzelf, anderen of zijn omgeving. Deze noodmaatregel dient direct te worden gemeld bij Atlashulp. 

 

3 Handelwijze 

De medewerker gaat altijd uit van het belang van de cliënt. Dat betekent dat de medewerker alle aandacht heeft voor de veiligheid en het welzijn van de cliënt. Het is daarom belangrijk om ook een vermoede van grensoverschrijdend gedrag te melden en bespreekbaar te maken. Hoe eerder je praat over grensoverschrijdend gedrag, hoe sneller er hulp kan worden gegeven. Hiermee kan erger grensoverschrijdend gedrag voorkomen worden. Is het grensoverschrijdend gedrag gericht naar de medewerker dan kan deze altijd ondersteuning vragen van kantoor. Hetzelfde geldt voor cliënten, die gedrag ervaren van de medewerker. In het kader van signalering kunnen cliënten ook bij andere thuissituaties hulp vragen aan kantoor. 

Grensoverschrijdend gedrag melden doe je niet alleen omdat je zelf vindt dat dit moet. Het is in alle gevallen goed voor medewerkers en cliënten om alle signalen van grensoverschrijdend gedrag zo snel mogelijk te melden. Dit kan op kantoor of bij de vertrouwenspersoon (Zie contactgegevens bij in het Personeelshandboek of in het protocol: Klachten en uitingen van ongenoegen). 

Is er sprake van een incident, dan kan met de medewerker een MIM-formulier worden ingevuld. Met de cliënt kan een MIC-formulier worden ingevuld. In alle gevallen zal zorgvuldig en met bescherming van privacy omgegaan worden met de situatie. Zie het protocol: Incidenten en calamiteiten. 

Er zijn drie situaties waarin grensoverschrijdend gedrag kunnen voorkomen; bij acute situaties, bij spontane onthullingen en bij een niet-pluisgevoel. Hierna worden de situaties en bijbehorende stappenplannen uitgelicht. 

4 Acute situaties 

Je betrapt iemand op heterdaad (op het moment dat het gebeurt). Of je ziet dat grensoverschrijdend gedag niet lang geleden is gebeurd. Bijvoorbeeld: een medewerker ziet dat een cliënt harde klappen krijgt van een medebewoner. 

Stappenplan: 

1. Zorg voor veiligheid van jezelf en evt. de cliënt.  

  • Zorg ervoor dat het misbruik, het geweld of de mishandeling stopt. 
  • Haal het slachtoffer en de dader uit elkaar. 
  • Zorg ervoor dat het slachtoffer wordt opgevangen. 
  • Zorg ervoor dat je zelf veilig bent. 
  • Is er gevaar, bel dan 112. 
  • Neem indien mogelijk contact op met kantoor. 

2. Haal de sporen niet weg 

  • Vernietig bewijsmateriaal niet.  
  • Niet douchen of wassen, bewaar de kleding, sluit de ruimte af, verwijder geen berichten, enzovoorts. 
  • Stel geen vragen aan het slachtoffer, maar luister 

3. Meld bij kantoor wat er is gebeurd en overleg hoe verder 

4. Vul (met kantoor) een MIC- of MIM-formulier in.  

 

5 Spontane onthulling 

Het slachtoffer vertelt zelf over grensoverschrijdend gedrag. Bijvoorbeeld: een bewoner vertelt dat zij elke avond om 20.00 naar bed moet en dan geen bezoek meer mag ontvangen. De deur van haar kamer wordt dan op slot gedraaid. OF een bewoner vertelt dat zij altijd moet douchen met de begeleider. 

Stappenplan: 

  1. Zorg indien nodig voor veiligheid van jezelf en cliënt 
  2. Vang de persoon op 
  • Stel het slachtoffer gerust 
  • Stel geen vragen aan het slachtoffer, maar hoor het verhaal aan. 

3. Haal de sporten niet weg; vernietig geen bewijsmateriaal. 

4. Meld aan het kantoor wat er is gebeurd en overleg hoe verder. 

5. Schrijf op wat er is gebeurd 

  • Dit kan door het eerst zelf op papier te schrijven. 
  • Vervolgens wordt samen met kantoor een MIC- of MIM-formulier ingevuld. 

6 Niet-pluisgevoel 

Er kunnen allerlei signalen zijn waarbij je denkt aan grensoverschrijdend gedrag. Het belangrijkste signaal is misschien wel: ‘Ik heb het gevoel dat er iets niet klopt.’ Bijvoorbeeld: iemand die altijd veel aan het woord is en vrolijk, is nu opvallend stil en trekt zich terug. Of iemand schrikt steeds als er iemand binnenkomt of dichtbij komt. 

Stappenplan: 

  1. Signaleer; neem je vermoeden en gevoel serieus 
  2. Meld de signaleren aan kantoor en overleg hoe verder 
  3. Schrijf op wat er is gebeurd 
  • Dit kan door het eerst zelf op papier te schrijven. 
  • Vervolgens wordt samen met kantoor een MIC- of MIM-formulier ingevuld. 

Atlashulp. 14 maart 2025